Graniet


Graniet is een veel voorkomend gesteente in de aardkorst. Vroeger dachten sommige mensen dat graniet in water werd afgezet, net als zand en klei. Tegenwoordig weten we dat graniet ontstaat door afkoeling van heet, gesmolten materiaal binnen de aardkorst. Het woord graniet is afgeleid van het Latijnse woord granus, dat korrel betekent. Het verklaart het vaak korrelige uiterlijk van graniet. Zeer strikt genomen klopt dit niet, omdat een stollingsgesteente niet bestaat uit korrels (wat typisch is voor een sedimentair gesteente), maar uit kristallen. In de materiaalkunde worden kristallen echter ook wel korrels genoemd. Grofkristallijn zou een betere benaming zijn.
 
De meeste granieten zijn vrij licht van kleur. Als we goed naar een stuk graniet kijken, zien we dat het is opgebouwd uit korreltjes of kristallen, net als keukenzout. Graniet bestaat dan ook uit een mengsel van verschillende mineralen. We kunnen er grijze, glasachtige kwartskristallen in aantreffen, evenals roze en grijswitte veldspaten. Dit zijn de meest voorkomende mineralen in de aardkorst. Daarnaast zitten in graniet ook vaak kleine, glimmende blad vormige mica's.
 
Diep in de aardkorst en in de aardmantel eronder heersen heel hoge temperaturen. Daardoor komt gesteente op die diepten soms in vloeibare vorm voor. Dit zeer hete, vloeibare gesteente noemen we magma. Via zogenaamde zwakke plekken in de aardkorst probeert het magma op te stijgen, richting aardoppervlak. Daar zoekt het zich een weg naar buiten via vulkanen en spleten in de grond. Het hete magma koelt af en stolt tot steen, waardoor een stollingsgesteente ontstaat. Omdat de continentale aardkorst relatief dik is, heeft het magma hierin een lange weg af te leggen voordat het de oppervlakte bereikt. Het kan dan vast komen te zitten en gaan stollen. Het stollingsgesteente dat zo binnen de aardkorst stolt noemen we een dieptegesteente. Graniet is het meest voorkomende dieptegesteente binnen onze aardkorst. Sommige zijn honderden kilometers groot.
 
 
Of een magma de oppervlakte wel of niet bereikt, is deels afhankelijk van de temperatuur en de vloeibaarheid van het magma. Ook de chemische samenstelling van het magma speelt hierbij een belangrijke rol. Het granitisch magma, met een temperatuur van ongeveer 600-800°C, komt vaak binnen de aardkorst vast te zitten en koelt af. Natuurlijk gaat dat afkoelen onder de grond een stuk langzamer dan wanneer magma plotseling aan de buitenlucht bloot komt te staan. De aardkorstgesteenten rondom het magma vormen een soort isolatiedeken. Tijdens dit ietwat vertraagde afkoelingsproces krijgen kristallen van verschillende mineralen de kans te gaan groeien. Hierbij geldt dat hoe langzamer het magma afkoelt, hoe groter de kristallen worden. De kristallen in een graniet zijn meestal een paar millimeters tot één of twee centimeters groot. In een snel afgekoeld vulkanisch gesteente zoals basalt zijn de kristallen zeer klein en met het blote oog vaak niet zichtbaar.
 
Nederland bestaat uit sedimentaire gesteenten, zoals zand, klei en mergel. Graniet komt hier dus van nature niet voor. Het wordt wel veel geïmporteerd voor in de bouw. Toch kunnen we op een paar plaatsen granieten \'in het wild\' vinden. Het zijn de bekende zwerfstenen, uit de Scandinavische landen hier naar toe gestuwd tijdens de laatste ijstijd. Mooi voorbeelden van granieten vinden we in Normandië (Flamanville graniet), in de Vogezen en in het Centraal Massief. Hier zijn, door opheffing en erosie, de oorspronkelijk diep in de aardkorst gevormde granieten bloot komen te liggen. Rondom deze granieten hebben we een grote kans ook nog metamorf gesteente aan te treffen. Door de hitte van het granitisch magma zijn de omringende gesteenten in de aardkorst indertijd soms behoorlijk opgewarmd. Dit leidt tot de vorming van metamorfe gesteenten.

De meest voorkomende afwerkingen van graniet zijn; gepolijst, gezoet en gebrand graniet.

Gepolijst graniet
Bij gepolijst graniet is het oppervlakte zo fijn gepolijst dat er sprake is van een hoge glansgraad. Het voordeel van gepolijste graniet materialen is dat de oppervlakte structuur van zich zelf al behoorlijke dicht is. Echter is het wel mogelijk dat, met name bij strijklicht, putjes in het oppervlak zichtbaar zijn.


Gezoet graniet
Bij de gezoete versie van graniet heeft het oppervlak de laatste polijsting niet ondergaan. Hierdoor krijgt het zijn unieke matte uitstraling. Deze materialen hebben hierdoor wel een opener oppervlak waardoor vuil en vocht sneller in het materiaal kunnen trekken. Het vertragen hiervan kunt u doen met de juiste impregnant.
 

Gebrand graniet
Bij gebrand graniet ondergaat het oppervlak een warmte behandeling van circa 2300 graden Celsius. Hierdoor is het oppervlak relatief ruw en open van structuur waardoor vuil en vocht sneller in het materiaal kunnen trekken. Het vertragen hiervan kunt u doen met de juiste impregnant.

Aandacht punten; 

  • De maximale afmeting voor een werkbladen in graniet is 2700mm. (langer alleen na overleg)
  • De maximale bladmaat uit één stuk (eiland) is 2700 x 1200mm.
  • Gemiddeld weegt een m² graniet van 1cm dik 35kg.
  • Standaard maattolerantie is 2mm.
  • Bij bladen met een stollenwand altijd 3mm overstek aan alle zijden aanhouden.
  • Let op dat diepe spoelbakken en inbouw kookplaten niet altijd in een 60cm diep werkblad kunnen.
  • Structuur verschillen in een opstelling van meerdere te koppelen delen zijn niet altijd te voorkomen.
  • Bij bladen voor een greeploze keuken altijd 3mm overstek aan alle zijden aanhouden.